De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft geen bezwaar tegen het besluit van het UMCG om weer te starten met de geplande operaties op de afdeling kinderhartchirurgie. Maar de afdeling blijft kwetsbaar, stelt de inspectie in een rapport.
De inspectie hield de situatie op de afdeling sinds juli vorig jaar extra in de gaten, na signalen over sociale onveiligheid op de afdeling. Die kwamen van twee van de inmiddels vertrokken kinderhartchirurgen. Eén van hen maakte ook melding van ‘schending van wetenschappelijke integriteit’ binnen het kinderhartcentrum, als kritiek op de methode van opereren van één van zijn collega’s.
Het ziekenhuisbestuur zette daarop de geplande congenitale hartoperaties tijdelijk stil, om onderzoek te doen naar de interne situatie op de afdeling. Het UMCG stelde dat de sfeer op de afdeling en de samenwerking op de werkvloer de oorzaken waren voor het niet kunnen waarborgen van de sociale veiligheid. De samenwerking binnen het team van kinderhartchirurgen stond langdurig onder druk, schrijft de inspectie in haar rapport, op basis van het interne onderzoek van het ziekenhuis. Er zou sprake zijn geweest van ‘spanningen, onduidelijkheid in rollen en een afnemend gevoel van vertrouwen binnen het team’.
‘Verstoorde verhoudingen onzichtbaar voor patiënten’
“Dat heeft invloed gehad op hoe er samengewerkt en geleerd kon worden naar aanleiding van incidenten en het inwerken van de nieuwe collega”, meldt de Inspectie over het rapport van de onderzoekscommissie van het UMCG. “Voor de individuele patiënt werkten zorgverleners wel goed samen; daardoor was het voor de omgeving niet zichtbaar dat de onderlinge verhoudingen verstoord waren. Voor de toekomst is nazorg en intensieve begeleiding nodig: herstel van onderling vertrouwen in de keten, herstel van leiderschap en het terugwinnen van betrokkenheid.”
Daarnaast bleek de door de betrokken kinderhartchirurg gebruikte techniek bij hartoperaties een in binnen- en buitenland erkende techniek te zijn en was de kritiek van zijn (voormalige) collega onterecht, concludeerde de IGJ op basis van extern onderzoek.
Verantwoord om weer te opereren
In het rapport van de inspectie noemt de IGJ meerdere verbeterpunten die sinds het stilleggen van de operaties zijn doorgevoerd. Zo is het team van de kinderhartchirurgen, dankzij nieuwe krachten, weer op het niveau van voor 2025. De formatie blijft volgens de inspectie nog steeds kwetsbaar, maar is nu ruimer dan afgelopen zomer. De chirurgen hebben tijdens de tijdelijke stop van de geplande operaties doorgewerkt in andere ziekenhuizen in binnen- en buitenland om hun vaardigheden op peil te kunnen houden. Ook heeft het onderzoek naar de sociale veiligheid geleid tot aantoonbare verbeteringen in processen en communicatie, aldus de inspectie.
“Dit alles maakt dat het team weer in staat is om op verantwoorde wijze de zorg te hervatten”, concludeert de inspectie. “Uit de verbeterprogramma’s is verder gebleken dat de chirurgen en alle anderen in de zorgketen vertrouwen hebben in de herstart van het programma.” De inspectie blijft de komende tijd wel een vinger aan de pols houden op de afdeling, nu geplande operaties in het kinderhartcentrum weer zijn opgepakt. “Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 zal de inspectie beoordelen of de randvoorwaarden voor goede en veilige zorg op de afdeling kinderhartchirurgie in het UMCG gewaarborgd blijven.”
UMCG blij met conclusies inspectie: ‘Sterker uit deze moeilijke periode komen’
“Het is fijn dat patiënten met een aangeboren hartafwijking uit Noord- en Oost-Nederland weer in hun eigen regio terecht kunnen voor hun zorg”, reageert een opgeluchte bestuursvoorzitter Ate van der Zee. “Het was een moeilijke periode, vooral voor de patiënten en hun naasten en voor de medewerkers van ons kinderhartcentrum. Bij velen van hen is het preventief staken van het geplande operatieprogramma in september hard aangekomen.”
Van der Zee noemt de situatie van de afgelopen maanden binnen het kinderhartcentrum een ‘heftige periode’, zowel voor patiënten als het personeel op de afdeling: “Patiënten en hun naasten waren onzeker en moesten soms elders terecht voor de zorg die zij nodig hadden. Collega’s van het kinderhartcentrum die al jaren alles geven voor hun patiënten, hadden het gevoel dat ze onterecht onder vuur lagen. Ik begrijp die gevoelens. Desondanks was het verstandig dat we de geplande operaties preventief hebben stilgelegd om rust en tijd te creëren en alles goed en onafhankelijk te laten onderzoeken.”
Nu alle onderzoeken voorbij zijn, is het ziekenhuis blij dat er weer geopereerd kan worden. “Als lerende organisatie zien we dingen die beter kunnen, zoals de teamcultuur, de onderlinge samenwerking en een heldere rolverdeling”, besluit Van der Zee. “We hebben onverminderd vertrouwen in alle collega’s van ons kinderhartcentrum, die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de verbeterpunten. Zo kunnen we onze patiënten ook in de toekomst de best mogelijke zorg geven. We hopen daarmee sterker uit deze moeilijke periode te komen.”